
Nadat we drie dagen in Bogota in een kamer tegenover de receptie hebben gelegen, waar elke morgen om 4.15u de matrixprinter een of andere lijst begint uit te printen, zijn we vertrokken naar Leticia. Leticia ligt 2 uur vliegen van Bogota naar het zuid-oosten en ligt precies op het punt waar Colombia, Brasilie en Peru elkaar raken. Het is de doorvoer stad (van 30.000 inwoners) in de regio.
De landing was een beetje spectaculair. Het vrij nieuwe toestel van Aero Republica moest hard remmen op de toch vrij korte landingbaan om op tijd tot stilstand te komen. Echter na een forse regenbui kan het wat glad worden en dus begon het vliegtuig te slippen. En ik kan je vertellen, dat is helemaal geen veilig gevoel!! Na deze landing kregen we nog een interessante rit in een taxi naar ons hostel.
Geen enkele meter in de taxi deed het en complete delen van de deuren waren verdwenen en het stuurtje wat erin gemonteerd zat leek van een speelgoedauto te zijn gekomen. Op het vliegveld hebben we nog een Zwitser en een Italiaan ontmoet en die gaan met ons mee naar het hostel wat midden in het regenwoud ligt. Ik had dit van te voren op internet al opgezocht en geboekt. Een echte jungle experience is ook slapen in de jungle dacht ik zo!
Het hostel bestaat uit twee houten gebouwen op korte palen waar van 1 gebouw van de familie zelf is en waar ook een soort ontmoetings ruimte is waar ook gegeten kan worden en 1 gebouw waar de gasten kunnen slapen. Er is een douche met alleen koud water wat op zich niet erg is met de temperaturen die hier heersen! Het water komt uit een bron en is gewoon te drinken. Erg handig. Hier is het overdag 32 graden met een luchtvochtigheid van rond de 95%. Lekker plakken dus de hele dag!
De dag na aankomst hebben we een 12 km lange jungle tocht gelopen om twee stammen van de Maloka indianen te ontmoeten. Onderweg zien we slechts 1 kleine kikker en een paar hele grote fel blauwe vlinders. Er wordt ons van alles verteld over de coca plant en het gebruik er van. Onze gids had zelf op een cocaine plantage gewerkt waar het illegale spul gemaakt word. Bij de eerste stam die we bezochten konden we de coca zelf proberen. De tabac die de indianen zelf snuiven en kauwen is van de complete bladeren die alvorens tot poeder vermalen worden eerst gedroogd worden op een vuur. Dit groene poeder is niet te vergelijken met het witte poeder.
Op weg naar de tweede stam begon het te regenen. Ruim 2 uur lang wat op zich niet vreemd is in een regenwoud in de Amazone. Na anderhalf uur geschuild te hebben zijn we met paraplu´s van bananen bladeren doorgelopen. Bij de tweede Maloka stam waren we niet de enige bezoekers. Het Australische Discovery Channel was er een documentaire aan het opnemen. Het komende weekend zou er namelijk een feest plaatsvinden wat maar eens in de 10 jaar gehouden wordt met allerlij rituelen. Eigenlijk wel jammer dat we niet even een uurtje zijn gaan kijken… maar om nu weer dat hele eind die jungle in te lopen, daar hadden we niet zo´n puf in.
De volgende dag zijn we vertrokken naar een hotel in Leticia zelf. De engelse eigenaar van ons hostel in de jungle vertelde ons dat volgens hem het kleine stadje nog steeds voornamelijk van de cocaine import en export van Peru naar Brazilie leeft. Er is namelijk niet echt een grenscontrole. De rivier is de scheiding tussen Peru en Colombia en tussen Colombia en Brazilie is het allemaal regenwoud. Er is overigens overal wel heel erg veel politie en militairen aanwezig.
Je voelt je ook geen moment onveilig hier.
In de namiddag zijn we naar Santa Rosa gevaren. Een eiland wat in de Amazone rivier ligt en behoort tot Peru. Het zag er allemaal iets armoediger uit maar we hebben er een heerlijk peruaans pilsje gedronken en allebei een tamme aap in onze armen gehad.
Zaterdag zijn we om een uur of zes wakker geworden door de regen. Het kwam met bakken naar beneden en hield maar niet op. Het plan was vanmorgen om 7.00u een boottocht te gaan regelen naar Puerto Narino, wat iets meer naar het westen ligt, zodat we om 8.00u konden vertrekken. Maar met zo´n regen was dat gewoon niet te doen. We zijn blijven liggen en hebben de trip wat later geregeld toen het iets minder regende. Om tien uur begonnen we aan de twee uur durende trip. In Puerto Narino aangekomen hebben we een andere boot en een gids geregeld die ons naar
Lago Tarapota ging brengen waar de enige roze zoetwater dolfijnen ter wereld leven. En na nog een uur extra varen hebben we ze gezien. Helaas wat lastig om het op video en foto vast te leggen. Jammer! Verder hebben we onderweg niet erg veel gezien. Een klein aapje en wat vis, waaronder pirana´s.
Eenmaal terug in Puerto Narino heb ik traditioneel Colombiaans gegeten. Soep met daar in gesmolten kaas met daarna rijst, gebakken banaan en gebakken vis uit de Amazone rivier. JP hield het bij een cola. Hij vond het eettentje er niet zo uitnodigend uitzien.
De laatste dag hebben we vanuit Leticia een uitstapje naar Tabatinga in Brazilie gemaakt. We hebben een tuc tuc voor een uur gehuurd en de chauffeur heeft ons het stadje laten zien. We hebben er een lokale markt bezocht waar groenten, fruitm vlees en vis werd verkocht. Het vlees zag er niet echt super aantrekkelijk uit.
Grappig was het dat Leticia en Tabatinga eigenlijk gewoon aan elkaar gebouwd zijn en dat er toch een uur tijdsverschil is en dat de mensen in Tabatinga Portugees praten. En natuurlijk halverwege de trip hebben we een braziliaans biertje op.
Na het inchecken van onze bagage voor onze vlucht naar Bogota zijn we weer terug gegaan naar Leticia om nog wat te eten. De taxi chauffeur heeft ons afgezet bij ´El Sabor´, een heel goed restaurantje volgens hem. We konden er eigenlijk alleen maar uit traditioneel eten kiezen. De kip die ik had leek van rubber en zo ook het rundvlees van JP. En met de beelden van de markt van diezelfde ochtend hebben we maar besloten om het verder niet op te eten.
Nu zijn we weer in Bogota (slechts 20 graden brrrrr en weer gebrek aan zuurstof) om morgen door te vliegen naar het noorden, de caribien, Santa Marta.